24-12-2021

ISO, sluitertijd en diafragma. Wat is het precies?

ISO, sluitertijd en diafragma. Ook wel de exposure triangle genoemd. Voor elke beginnende fotograaf iets nieuws, en voor elke ervaren fotograaf een eitje. De exposure triangle, oftewel 'belichtingsdriehoek', zegt iets over de belichtingsinstellingen van je camera. We gaan deze instellingen vandaag voor je ontleden.

Voor deze gehele blog kun je de afbeelding hieronder terugpakken als referentie.

ISO

Laten we beginnen met ISO. ISO staat voor de gevoeligheid voor licht van de camera. Hoe hoog het ISO-getal gaat, is verschillend per camera, maar hoe hoger, hoe gevoeliger je camera voor licht en des te lichtere foto's je kunt maken. Bij alle drie de instellingen van je exposure triangle zit een trade-off. Tenminste, het is maar hoe je het bekijkt. Mocht je overdag fotograferen met veel licht, dan kun je je ISO-getal laag houden. Vaak is 100 het laagste op een camera. Als het heel erg donker is, zal je in sommige situaties je ISO omhoog moeten draaien. De 'trade-off' die je daarmee maakt, is dat er meer 'ruis' in je foto komt. Kleine spikkeltjes in je beeld die we ruis of noise noemen.

Vaak zien we een foto zonder of met weinig ruis als een clean geschoten foto. Dit is ook fijn voor de nabewerking, omdat je ook altijd nog digitaal ruis kunt toevoegen. Voor andere fotografen is een vintage look 'the way to go'. Oude camera's hadden een slechtere sensor dan de camera's van tegenwoordig. Daardoor zat er van nature al meer ruis in de foto's van vroeger. Daarom kunnen moderne fotografen toch nog steeds kiezen voor een ruis in hun foto als artistieke keuze. Dus als je de volgende keer per ongeluk te veel ruis in je foto hebt zitten, zeg je dat het een artistieke keuze was! Of je werkt het nog weg in een edit programma. Lang leven de RAW-foto's.

Sluitertijd

Ook wel shutterspeed genoemd. Dit is eigenlijk heel simpel. Voor de sensor van je camera zit een sluiter die open en dicht gaat. Als deze sluiter lang openstaat, kan er dus veel licht op de sensor vallen. Heb je een snelle sluitertijd, dan heeft de sensor maar heel kort de tijd om licht op te vangen. Met andere woorden: hoe langer je sluitertijd, des te lichter de foto wordt. De sluitertijd wordt aangegeven met een 1, een ‘/’ en nog een getal. Stel er staat 1/160, dan wil dat zeggen dat de sluitertijd 1/160 van een seconden is. Is het getal 1/2000, dan spreken we van 1/2000 van een seconden. 1/2000 is dus veel sneller, en zal dus minder licht vangen op de sensor. 

Een snelle sluitertijd zorgt dat je bewegende beelden kunt bevriezen. Iemand die heel hard aan het sprinten is, kun je dan vastleggen zonder wazigheid in je foto. Wil je juist beweging vastleggen, bijvoorbeeld dat iemand een voetbal weg trapt, dan moet je je sluitertijd weer wat lager zetten. Ook hierin kun je bepaalde artistieke keuzes maken die helpen met het maken van de gewenste foto.

Diafragma

Oftewel, aperture. Dit getal heeft met je lens te maken. Sommige lenzen hebben een max diafragma van f4.0, anderen van f2.8 en sommigen zelfs f1.8 of lager. Dit getal zegt iets over hoe ver je diafragma open kan en je lens dus licht kan doorlaten richting de sensor. En je raad het misschien al, des te wijder, des te meer licht op je sensor. 

Daarnaast heeft het diafragma nog een andere toffe feature. Het F-getal zegt namelijk ook iets over de scherptediepte die je in je foto kunt krijgen. Hoe lager het getal, des te meer scherptediepte je in je foto kunt creëren. Dit is bijvoorbeeld tof voor portretfotografie, waarbij je het model los wil laten komen van de achtergrond. Zo kun je focussen op het model en wordt de achtergrond onscherp en vaag. Ga je een groepsfoto schieten, dan wil je juist iedereen in focus hebben, en kun je beter een hoger F-getal gebruiken. 

Waarom dan exposure triangle?

De magie van de exposure triangle zit hem in het feit dat je de sweetspot moet zien te vinden. Uiteindelijk wil je een foto hebben die goed belicht is, dus niet over- of onderbelicht. Alleen elke situatie waar je in terechtkomt is weer anders. Dat vraagt dan ook om andere instellingen. Elke camera heeft ook instellingen waarbij je camera je daarbij een handje helpt, maar daardoor verlies je veel creatieve vrijheid. Daarnaast berekent jouw camera wat hij denkt dat het beste werkt om een zo goed mogelijke exposure te krijgen, maar vaak zit de camera er ook naast. Gelukkig maar, anders zouden wij geen werk meer hebben.

Bij elke aanpassingen die je maakt binnen de exposure triangle moet je afwegen of het bijdraagt aan het gewenste resultaat. Wil ik mijn model haarscherp vastleggen als hij op een scooter voorbijkomt, dan heb ik een hoge sluitertijd nodig. Maar dat betekent ook gelijk dat ik minder licht op mijn sensor krijg. Dat kan ik dan weer compenseren met mijn ISO, maar niet te veel, want ik wil zo weinig mogelijk ruis. Zo bekijk je per situatie wat er nodig is en wat je zelf wil.

Het is veel oefenen en wennen, maar na verloop van tijd kan iedereen een manual superheld worden!